harm-mandy.reismee.nl

Adios Peru, hola Hollanda

Hola a todos,

Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan en dat geldt helaas ook voor onze reis. Wat hebben we veel gezien en vooral ontzettend genoten. Voordat we echt afsluiten eerst nog een verslag van de afgelopen dagen. Nadat we woensdag in Paracas waren aangekomen hebben we eerst wat informatie ingewonnen over een tour naar de Ballestas eilanden, dat is hier de hoofdattractie. Vroeg in de avond hebben we op een terrasje aan zee een pisco sour gedronken met Janny en Cees. Janny en Harm kennen elkaar van Harm's stageperiode bij de Raad voor de Kinderbescherming. Toen we er een aantal weken geleden achterkwamen dat we in dezelfde periode door Peru reisden hebben we contact gehouden. Leuk om elkaar weer eens te zien, reiservaringen uit te wisselen en bij te kletsen.

De volgende ochtend stond onze trip naar de Ballestas eilanden op de planning. Deze eilandengroep voor de kust wordt ook wel de "Galápagoseilanden van Peru" genoemd. Het is een prachtig gezicht om zoveel diersoorten in zulke grote getale bij elkaar te zien. We hebben dolfijnen, pinguïns, pelikanen, zeeleeuwen, krabben en heel veel vogels gezien. Die vogels laten nog iets bijzonders achter namelijk guano, vogelpoep dus. In de 19e eeuw zorgde dit goedje er zelfs even voor dat Peru in korte tijd heel veel geld verdiende. vandaag de dag is de guano niet meer zo veel waard maar het levert nog altijd 50 dollar per kilo op, niet slecht voor een berg stront.

's Middags hebben we een strandwandeling gemaakt en een stukje Peru gezien wat we nog niet kenden, enorme villa's aan zee met riante tuinen en allemaal met een zwembad zo groot en luxe dat de zee ineens volledig overbodig lijkt. "Droomhuis gezocht" zou hier met gemak een paar seizoenen kunnen vullen. Het bewijst maar weer eens dat de verschillen tussen arm en rijk hier ongelofelijk groot zijn. 

Vrijdag hebben we het Paracas natuurreservaat bezocht. Bij ons hostel hadden we fietsen gehuurd maar dat bleek geen goede zet te zijn, de fietsen waren niet echt in goede staat en bovendien te klein voor twee lange Europeanen. Daar kwam bij dat de weg die door het reservaat loopt uitgerekend nu vervangen wordt waardoor we soms het gevoel hadden dat we in een bouwput fietsten in plaats van in een natuurpark. De uitzichten op zee maakten gelukkig veel goed en we hebben van dichtbij flamingo's en andere vogelsoorten gezien. De dag erna vertrok rond de middag de bus naar Lima en kwamen we weer terug op de plek waar we onze reis ook zijn begonnen. 's Avonds hebben we onze reis afgesloten met heerlijk Italiaans eten en een wijntje op een terrasje in de leukste wijk van Lima, Barranco. 

Vanavond stappen we in het vliegtuig naar Amsterdam, waar we morgenmiddag zullen aankomen. Daarmee komt er voor ons een einde aan twee maanden reizen door Peru en Bolivia. Twee prachtige landen waar het bovendien heel prettig reizen is. We hebben er dan ook ontzettend van genoten en hadden dit leven best nog een tijdje vol kunnen houden, maar terug in Nederland staan er ook weer leuke dingen te gebeuren en daar hebben we al veel zin in. We willen jullie als lezers bedanken voor de leuke berichtjes op deze site, Facebook en WhatsApp en kijken er naar uit jullie allemaal weer te zien. 

Adios, 

Harm en Mandy

Nasca y Ica

Hola a todos,

Na een busrit van tien uur kwamen we donderdagavond laat aan in Nasca, een kleine stad die vooral bekend is vanwege de lijnen en tekeningen op een pampa op 25km van de stad. Vrijdagochtend hebben wij eerst een beetje uitgeslapen. Na de lunch zijn we met een gids naar de begraafplaats Chauchillas geweest. Deze begraafplaats stamt uit de Nasca-cultuur, ver voordat de Inca's in Peru de baas werden. De doden werden in deze tijd gemummificeerd en in tomben begraven. Door het constante klimaat in Nasca, we zijn hier immers in de woestijn waar het altijd warm en droog is, zijn de mummies goed bewaard gebleven. Tot een paar jaar geleden lagen de lichamen verspreid over de vlakte, dat is nu niet meer zo. De mummies worden nu in opgegraven tomben tentoongesteld. Het is apart om te zien dat overal waar je kijkt botten en menselijke resten te zien zijn, beetje luguber en voor ons onvoorstelbaar. In Europa zou bij een opgraving van dit formaat het hele zaakje worden opgepakt en ergens in een museum, achter glas, tentoon worden gesteld. Anderzijds vonden wij het ook wel weer iets hebben dat de opvatting hier kennelijk is dat de opgraving is wat het is en dat dat ook maar zo wordt gelaten. De vraag is dan alleen hoe lang alles in deze staat nog bewaard kan blijven...

Na dit uitstapje zijn we naar een handwerkfabriekje gegaan waar allerlei kleden en doeken, met de hand, worden geweven. Leuk om te zien maar we hebben niets gekocht, alles was peperduur. 

Zaterdag hebben we een gewaagd tripje ondernomen. We hebben gevlogen boven de Nasca-lijnen. Het vliegtuigje was erg klein, er konden maar zes mensen plus een piloot en co-piloot in. Eenmaal in de lucht fungeerde de co-piloot als gids. Hij legde precies uit waar we moesten kijken, handig. Voor de niet-Peru kenners: De Nasca-lijnen zijn een enorm netwerk van lijnen en tekeningen in de woestijn in de vorm van dieren en planten zoals een aap, kolibrie en condor. Waarschijnlijk zijn de figuren gemaakt door de Nasca's die hier rond de 8ste eeuw leefden. Erg knap gemaakt want de meeste figuren zijn wel een paar honderd meter lang en vliegtuigen hadden ze in die tijd natuurlijk nog niet. Het eerste gedeelte van de vlucht bewonderden wij alles wat we zagen dan ook volop. Van te voren was ons verteld 's morgens niet te ontbijten en dat bleek niet voor niets. De piloot wilde ons alles zo goed mogelijk laten zien en vloog daarom steeds eerst héél schuin in een bocht naar rechts en daarna minstens net zo schuin in een bocht naar links. Het resultaat: Na figuur 4 (van de 12) waren wij zo misselijk als een aap, we wisten op een gegeven moment niet meer waar we het zoeken moesten. Na ruim een half uur stonden we weer aan de grond en zag Harm zo bleek dat er onmiddellijk een vrouw naar hem toe kwam die hem naar de EHBO post op het vliegveld stuurde. Daar werd vastgesteld dat de bloeddruk in orde was en dat er alleen sprake was van misselijkheid als gevolg van de vlucht, dat wisten wij natuurlijk al lang! Gelukkig zakte de misselijkheid redelijk snel en toen we even later terug waren in het hostel hebben we lekker ontbeten. Daarna zijn we naar een hotel in de buurt gegaan waar we de rest van de middag heerlijk hebben gezwommen en van het mooie weer hebben genoten. 

Zondag zijn we met de bus naar Ica gegaan, een ritje van ruim drie uur. Na al die lange busritten is dat voor ons een peulenschil. Na aankomst in ons hotelletje hebben we de stad verkend, op zondag is dat hier alleen altijd een beetje lastig omdat alles dan gesloten is. 

De dag erna wilden we 's morgens het Museo Regional bezoeken maar dat bleek op maandag gesloten. Vervolgens zijn we naar een grote shopping mall in de buurt gegaan en hebben daar allebei geheel onverwachts een paar schoenen gekocht, een leuk souveniertje. Daarna was het hoogtepunt van Ica aan de beurt. Vlakbij Ica ligt midden in de woestijn Huacachina, een prachtige oase. Van daaruit vertrekken verschillende tours de woestijn in. Wij zijn met een dune buggy de woestijn in gegaan, dat is een soort groot uitgevallen quad die heel hard over de woestijnduinen kan rijden. Het geeft je het gevoel alsof je in een achtbaan zit, heel leuk. Na een tijdje door de woestijn crossen stopte we bovenaan een zandduin om te gaan sandboarden, we kregen een board dat eruitziet als een snowboard alleen zijn wij op onze buik liggend naar beneden gegleden. Van top tot teen onder het zand maar we hadden dikke pret. Met het zand achter onze oren 's avonds lekker gegeten en een pisco sour gedronken, hét drankje hier in Peru. 

Dinsdag zijn we 's morgens eerst buiten de deur gaan ontbijten, het ontbijt in het hotel is niet al te best en wij hadden een goede bodem nodig. Dit keer niet voor een vermoeiende looptocht maar voor het proeven van wijn! Deze streek, en Ica in het bijzonder, staat bekend om de goede wijnen die hier vandaan komen. Wij gingen naar wijnbodega Tacama waar een van de beste wijnen van Zuid-Amerika wordt geproduceerd. Na een gratis tour over het productieproces van de wijnen was het moment aangebroken om te proeven. Daar stonden we dan, 's morgens om 11u, samen met twee andere Nederlandse stellen, wijnen te proeven en een pisco met bijna 40% alcohol, pittig! Na de proeverij hebben we als Nederlanders onderling nog wat reiservaringen en tips uitgewisseld en toen was het alweer tijd om te lunchen. Dat hebben wij ook bij Tacama gedaan, onder het genot van de lekkerste wijn die we ooit hebben gedronken, heerlijk. Na al die alcoholische lekkernijen moesten wij even bijkomen, dat hebben we gedaan aan het zwembad bij een hotel in Ica. We doen het deze laatste week wat rustiger aan zodat we toch ook een beetje uitgerust thuis komen, we zijn op "reikantie" deze week, zoals we het zelf noemen.

Vandaag zijn we teruggegaan naar het Museo Regional waar we eerder voor een gesloten deur stonden. Het museum bleek erg klein te zijn dus we waren er zo doorheen. Zo meteen stappen we op de bus naar Paracas, onze allerlaatste stop voor Lima. Onze tijd hier vliegt nu echt om, maar we genieten nog volop van de laatste dagen. 

Adios,

Harm en Mandy

Arequipa y Colca Canyon

Hola! 

Na onze lange reisdag van vrijdag hebben we zaterdag eerst lekker uitgeslapen. Nadat we onze was hadden weggebracht zijn we naar een barbier in de buurt gegaan. Harm had zich al zo lang niet geschoren dat professionele inzet nodig was om de boel te kortwieken, leuk om te zien hoe dat hier gaat, echt ouderwets maar wel allemaal hygiënisch en met zorg. Vervolgens zijn we neergestreken in een restaurant waar we (tijdens de lunch) hebben gekeken naar de Champions League finale, spannend! Leuk om de Zuid-Amerikaanse manier van voetbalbeleving te zien, vol hartstocht werd er geklapt, tegen de tv geschreeuwd en uitbundig gejuicht. Een man was zelfs zo blij toen Atletico de 1-1 scoorde dat hij de glazen op tafel letterlijk kapot sloeg. Na de wedstrijd hebben we wat informatie ingewonnen over tours naar de Colca Canyon en zijn we lekker een pizza gaan eten.

Zondag zijn we de dag begonnen met een "free walking tour" door de stad. Het principe is simpel: Een gids leidt je gratis rond door de stad en aan het einde van de tour beslis je zelf hoeveel je de rondleiding waard vindt. Onze gids was een vrolijke Peruviaan die breedvoerig over alle highlights van Arequipa kon vertellen, erg interessant maar op een gegeven moment vielen we bijna om van de honger, zo lang duurde het. Na onze buiken flink volgegeten te hebben zijn we naar het klooster Santa Catalina geweest, een van de hoogtepunten van Arequipa. De plek heeft meer weg van een klein dorp dan van een klooster, het is ontzettend groot en binnen de kloostermuren worden verschillende straten onderscheiden die je het idee geven dat je in Zuid-Spanje rondloopt, bijzonder. Overigens leefden de nonnen hier aanvankelijk ook niet bepaald als nonnen. Zo zwommen de dames in het geld en hielden ze hun eigen slaven. Toen ene paus Pius de zoveelste daar lucht van kreeg besloot hij dat er orde op zaken gesteld moest worden, alle nonnen werden eruit gebonjourd en de toenmalig slaven mochten intreden in het klooster. Vervolgens gold er een strak regime, vergelijkbaar met het Santa Teresa klooster in Potosi waar we eerder zijn geweest. Nog altijd leven er een aantal nonnen in het klooster maar er is meer ruimte voor contact met de buitenwereld.

's Avonds zijn we vroeg naar bed gegaan want de volgende ochtend om 3u (!) werden we opgehaald voor de start van de Colca Canyon tour. Samen met een gids, twee Canadezen, twee Duitsers en een Amerikaanse reden we eerst drie uur naar Chivay, een plaatsje aan de rand van de Canyon, om te ontbijten. Daarna zijn we doorgereden naar Cruz del Condor, een uitkijkpunt waar condors gespot kunnen worden. Hoewel we keurig netjes in alle vroegte, in de kou, stonden te wachten was er in eerste instantie geen condor te zien. Op het moment dat bij ons het laatste beetje hoop begon te vervliegen, zagen we ineens een aantal hele grote zwarte gedaantes aankomen. Van dichtbij konden we de reusachtige vogels zien, spectaculair! 

Na een half uurtje condors spotten zijn we verder gereden waarna onze eerste hike begon. Een tocht van zo'n vier uur naar beneden de Canyon in. Terwijl we liepen zagen we eigenlijk pas goed de grootsheid en uitgestrektheid van de Colca Canyon, het gebied is honderden kilometers lang en de afstand van de bodem naar de top van de Canyon is meer dan 4000 meter. Na vier uur naar beneden lopen voelde onze benen als spaghetti sliertjes en waren we blij dat we bij onze eerste overnachtsplaats aankwamen, op de bodem van de Canyon. Erg primitief was het er wel want er was geen elektriciteit en hoewel het stralend weer was zakte de zon al vroeg in de middag achter de bergen. Bovendien is het hier in Peru sowieso om half zes pikdonker. Na het avondeten gingen we dan ook maar naar bed, iets anders was er immers niet te doen. De tweede dag van de tour zijn we door de Canyon gelopen. Een mooie tocht, omhoog en omlaag van ruim drie uur met als eindpunt Oasis, een dorpje op de bodem van de Canyon dat eruitziet als een oase. Het verschil met de eerste accommodatie had niet groter kunnen zijn want er was licht en zelfs een zwembad! 's Middags hebben we hier dan ook van genoten, totdat de zon weer achter de berg zakte... Alles wat je omlaag loopt moet je vroeg of laat natuurlijk ook weer omhoog, dat zagen wij alleen niet zo zitten. De klim van de bodem van de Canyon terug omhoog staat bekend als behoorlijk zwaar en superstijl. Wij hadden al spierpijn in onze benen van dag 1 en 2 en besloten het daarom over een hele andere boeg te gooien. We hebben allebei een muilezel gehuurd. Terwijl de rest van de groep op de derde dag om 5u begon met klimmen begon onze tocht omhoog om half zeven. We werden allebei op een ezel gehesen en lopen maar! Met name Mandy's ezel leek de ambitie te hebben een nieuw parcoursrecord te vestigen, hij rende echt omhoog. Gaandeweg kwamen we onze groepsgenoten stuk voor stuk, met de tong op de schoenen, tegen. Wat waren we blij met onze twee nieuwe vrienden. Na ruim anderhalf uur kwamen we boven en hebben we nog even genoten van het uitzicht, schitterend. 

Op de terugweg naar Arequipa hebben we nog een aantal korte stops gemaakt. Zo hebben we nog even gerelaxed in thermaalbaden en zijn we nog naar een uitzichtpunt gereden waar we de vulkanen, die vlakbij de stad liggen, goed konden zien. Ook zijn we onderweg gestopt voor een peloton lama's en alpaca's, leuk om te zien. Uiteindelijk waren we rond 17u terug in Arequipa en nadat we ons hostel weer hadden opgezocht hebben we ons tegoed gedaan aan McDonald's eten, voor af en toe toch wel erg lekker. Vandaag vervolgen we onze tocht naar Nasca, de komende dagen wordt het zandhappen geblazen want we gaan de woestijn in! 

Adios,

Harm en Mandy

Cochabamba en terug naar Peru

Hola a todos,

Cochabamba is na La Paz - El Alto en Santa Cruz de derde stad van Bolivia en wordt ook wel beschouwd als de meest ideale stad van bet land. Door de ligging op 2500m tussen een aantal hoge bergen voelt het er het hele jaar door lente achtig aan, heerlijk. Daarnaast telt de stad een ontelbaar aantal grotere en kleinere parken en wordt Cochabamba ook wel "garden city" genoemd. Een prima stad om te verblijven dus! Aangekomen in Cochabamba hebben we onze accommodatie voor de dagen erna opgezocht en wat bleek: We waren terecht gekomen in een heuse suite! Met een grote woonkamer, grote keuken en loeier van een badkamer. Wel prettig want zowel de zondag als de maandag hebben we hier vrijwel al onze tijd doorgebracht. Hoewel Harm zich wat beter voelde was hij nog niet in staat om echt weer op pad te gaan. Mandy is op zondag op zoek gegaan naar een supermarkt in de buurt, dat bleek nog niet zo makkelijk. Een paar uur later kwam ze pas weer terug en had ze de hele stad min of meer gezien. 's Avonds hebben we lekker gekookt in ons appartement. De dag erna zag er grotendeels hetzelfde uit. 's Middags zijn we wel even naar het Plaza 14 de Septiembre gelopen, het belangrijkste plein van Cochabamba. We hebben daar even lekker op de verwarmde stenen gezeten en hebben geskypt met Debbie, heel leuk. 

De derde dag in Cochabamba hebben we het 's morgens nog rustig aan gedaan maar 's middags zijn we toch rustig aan op pad gegaan. We zijn naar Plaza Colon, een levendig plein in Cochabamba, geweest. Ook hebben we een bezoek gebracht aan het beeld Cristo de la Concordia, een Christusbeeld van 33m hoog die uitkijkt over de stad. Normaal gesproken zouden we dat misschien te voet doen maar nu kozen we ervoor om met het kabelbaantje omhoog en naar beneden te gaan, heel relaxed.'s Avonds hebben we voor Boliviaanse begrippen belachelijk duur gegeten maar we vonden dat we wel iets te vieren hadden na een week van vooral kommer en kwel. Na ons dure etentje stapten we in een taxi die ons terug zou brengen naar ons appartement. We waren nog maar koud vertrokken of de taxichauffeur reed per ongeluk een wat oudere man tegen zijn been. De oudere man was duidelijk geschrokken en liet het er niet bij zitten, hij sloeg de taxichauffeur met een zak met zware spullen vol in z'n gezicht en gaf ook nog een flinke trap tegen de deur van de auto. De taxichauffeur stormde daarop uit de taxi, achter de oude man aan. Wij zaten al die tijd achterin maar besloten op dat moment, om te voorkomen dat we in een Boliviaanse free-fight terecht zouden komen, om uit de auto te stappen en een andere taxi te nemen. 

Woensdag zijn we in de bus naar La Paz gestapt, een busrit van zo'n 8 uur. Na aankomst hebben we Jenny (zie verhaal La Paz) opgezocht, leuk om elkaar na al die weken en belevenissen weer te zien. De dag erna hebben we lekker door La Paz geslenterd en wat leuke spulletjes gekocht voor ons toekomstig appartement in de Voltstraat, dat komt ook al dichtbij!

Vrijdag hebben we Bolivia verlaten, wat is het een mooi land. Je vindt de Zuid-Amerikaanse cultuur hier nog in zijn meest pure vorm, zeker een aanrader voor de reizigers onder ons. Met het verlaten van Bolivia zijn we naar ons gevoel ook aan het laatste deel van onze reis begonnen, een pittige tocht stond op de planning. We zijn 's morgens in de bus gestapt om er 14 uur later in Arequipa (Peru) weer uit te springen. Met name het tweede deel, van Puno naar Arequipa, zaten we in zo'n oncomfortabele bus dat we erg blij waren toen we er eindelijk uit mochten. Vandaag doen we het dan ook een beetje rustig aan en gaan we kijken wat Arequipa ons allemaal te bieden heeft. Jullie horen van ons

Adios, 

Harm en Mandy

Ziek

Hola!

De titel van ons blog klinkt niet erg vrolijk maar vat in één woord wel het beste samen wat wij de afgelopen dagen hebben beleefd. Harm kreeg van maandag- op dinsdagnacht voor het eerst koorts, vervelend omdat we dinsdag van Sucre naar Santa Cruz vlogen. Op het vliegveld van Sucre kreeg Mandy weer last van haar buik, de buik van Mandy lijkt inmiddels echt anti-Bolivia te zijn. Gelukkig duurde de vlucht maar een dik halfuur en lag ons hostel niet ver van het vliegveld vandaan. We zijn allebei snel naar bed gegaan en Mandy is daar de rest van de dag niet meer uitgekomen. 's Nachts kreeg Harm weer flinke koorts maar de volgende ochtend was dat enigszins gezakt en Mandy voelde zich iets beter waardoor we besloten onze planning aan te houden en op weg te gaan naar Samaipata, een dorp aan de rand van de Amazone. Aldaar aangekomen maakten we kennis met Lynda, een Canadese mevrouw die hier twee jaar geleden is komen wonen en in haar enorme tuin een paar gastenverblijven heeft laten bouwen. Harm was zich tijdens de rit naar Samaipata behoorlijk slecht gaan voelen en is meteen in bed gekropen. Tussen het vele slapen door hebben we 's avonds nog even geskypt met Paul, Marian en Renske ter ere van de verjaardag van Marian, gezellig!

Met Mandy ging het de volgende dag een stuk beter maar met Harm leek het met het uur slechter te gaan waardoor we 's middags besloten dat er een dokter moest worden geraadpleegd. Gelukkig was Lynda in de buurt om ons te helpen waar ze kon, erg fijn om iemand in de buurt te hebben op zo'n moment met wie je makkelijk kunt communiceren en die snapte wat wij nodig hadden. Lynda zou proberen de beste dokter van Samaipata en omstreken te pakken te krijgen en vragen of hij kon komen. Daarnaast belde Lynda een vriend uit het dorp, Mario, een Bob Marley achtig type op leeftijd die zou optreden als vertaler, de beste dokter sprak namelijk geen woord Engels, onvoorstelbaar. Toen Lynda de dokter uitlegde waar Harm last van had wilde de dokter graag dat we naar het ziekenhuis zouden komen, hij zou een ambulance (beste lezers, dat was echt behoorlijk overdreven) sturen. De ambulance bleek meer weg te hebben van een playmobiel auto dan een degelijke auto waar mensenlevens mee gered kunnen worden maar dat was in Harms geval gelukkig ook niet nodig. 

De kwaliteit van de ziekenhuizen in Bolivia is over het algemeen niet echt om over naar huis te schrijven. In het ziekenhuis aangekomen vreesden we allebei dan ook even het ergste, zeker toen we na wat kleine testjes bij dokter Guzman terecht kwamen en de man meer leek op een Italiaanse pizzabakker dan op een gerenommeerde dokter. Maar goed de mensen waren aardig en er werd met aandacht en zorg gewerkt. De dokter stelde de diagnose dat Harm een infectie aan zijn longen had opgelopen, waarschijnlijk door de vele wisselingen in hoogte en temperatuur. Ironisch genoeg hadden we het er op onze laatste "fitte" avond nog over dat het eigenlijk niet goed kan zijn voor een lichaam, zoveel wisselingen in relatief zo weinig tijd. Harm kreeg in het ziekenhuis nog een injectie toegediend en kreeg een recept voor antibioticum mee. Overigens kostte dit hele avontuurtje ons welgeteld 10 Bolivianos, dat is omgerekend nog geen € 1,30. Zo'n socialistische staat heeft af en toe toch zo zijn voordelen... Dankzij de injectie ging het vrijwel meteen een stukje beter en terug bij Casa Lynda stond Lynda klaar met wat soep en brood, ziek zijn in Bolivia is verre van ideaal maar als het dan toch moet dan maar hier.

Vrijdag zag onze dag er eigenlijk niet veel anders uit dan de vorige. We hebben het rustig aan gedaan en geskypt met Harrie, Marleen en Mitchell, erg leuk! Gisterochtend zat ons verblijf bij Casa Lynda erop. We moesten terug naar Santa Cruz omdat vanuit daar vandaag het viegtuig naar Cochabamba vertrok. Na een korte vlucht zijn we goed aangekomen. Hopelijk kunnen we de draad hier weer enigszins oppakken. Jullie horen van ons.

Adios, 

Harm en Mandy

Potosi y Sucre

Hola!

Potosi is de hoogst gelegen stad ter wereld op een hoogte van bijna 4100 meter. Je zou op een dergelijke hoogte misschien niet veel leven verwachten maar niets is minder waar. Toen de Spanjaarden het hier vanaf de 16e eeuw voor het zeggen kregen en ontdekten dat hier veel zilver in de mijnen te vinden was, dijde de stad in rap tempo uit. Qua inwonersaantal had Potosi in die tijd zelfs meer inwoners dan belangrijke Europese steden uit die tijd zoals Antwerpen of Londen. Daarnaast werd Potosi veruit de rijkste stad van het continent en had de stad het aanzien van steden als New York, Parijs en Tokio vandaag de dag. De rijkdom uit die tijd is overal in de stad terug te zien, prachtig. Wij begonnen ons bezoek aan Potosi met een bezoek aan het klooster Santa Teresa. In dit klooster traden in de koloniale tijd de tweede dochters van rijke aristocratische families in om er vervolgens nooit meer uit te komen. Het klooster is erg mooi maar als je je bedenkt dat familie eens per maand op bezoek mocht komen en contact er alleen was met een zwart scherm en tralies tussen beiden krijgt de plek ineens iets heel treurigs. De nonnen zagen hun familie dus nooit meer en raakten ze ook nooit meer aan, wat een leed heeft zich hier afgespeeld en nog steeds want vandaag de dag bestaat de orde nog uit zes nonnen die wij, uiteraard, niet hebben gezien.

Vrijdagochtend stond er een spannend uitje op het programma, een bezoek aan de mijnen van Potosi. Samen met gids Helen, een stevige Boliviaanse met een overvloed aan Zuid-Amerikaans temperament, gingen wij op pad. Helen heeft zelf twaalf jaar in en rond de mijnen gewerkt en wist dus van de hoed en de rand. We zijn eerst naar een markt gegaan om wat kleine cadeautjes voor de mijnwerkers te kopen, dat is gebruikelijk wanneer je als toerist de mijnen bezoekt. Na wat energiedrankjes, wafels en een staaf dynamiet (ja echt waar) gekocht te hebben, hesen we ons in een regenpak-achtige outfit plus helm met lamp. We waren klaar om de mijn in te gaan. 

De berg Cerro Rico is berucht en beroemd. Het zilver is er nagenoeg allemaal uitgehaald in de Spaanse tijd, met name tin en mineralen worden er nog gewonnen maar de opbrengsten daarvan zijn op dit moment verwaarloosbaar klein. In Potosi is er echter een groot gebrek aan vervangende industrie of banen en dus zijn veel jonge mannen veroordeeld tot "de berg die mensen eet", zoals de Cerro Rico door de mijnwerkers wordt genoemd. De werkomstandigheden zijn er erbarmelijk en gevaarlijk, de werkers worden gemiddeld niet ouder dan 45, de meesten overlijden aan kanker of stoflongen. Bizarre feiten en wij vonden het dan ook best spannend om de mijnen in te gaan. Het is moeilijk om te beschrijven hoe het er daar uitziet. Het is er eng smal, aardedonker en na een paar minuten zie je scheel van het zuurstoftekort. Helen stelde ons voor aan een aantal mijnwerkers. Jonge jongens van onze leeftijd die er minstens twintig jaar ouder uitzagen. Niet zo gek aangezien sommige van hen al 24 uur achter elkaar aan het werk waren. De mijnwerkers houden dit vol door continu cocabladeren te kauwen waardoor de honger, dorst en slaap wordt verdreven. Ook wordt er een belachelijke hoeveelheid sigaretten genuttigd en drinken de mijnwerkers maarliefst drank met 96%(!) alcohol. Wat een leven... Toen we zelfs een jongen van 15 jaar oud tegenkwamen zakten onze stoffige monden ver open. Kinderen op deze plek, dag in dag uit, heftig... Na twee uur door de mijnen struinen waren we blij dat we licht zagen aan het einde van de tunnel en we weer frisse lucht konden inademen. Al met al was het voor ons een van de meest indrukwekkende plekken die we ooit in ons leven hebben gezien en, waarschijnlijk, ooit zullen zien.

Na een douche en een goede lunch zijn we 's middags naar Casa de la Moneda gegaan. Vanaf de 16e eeuw werden hier, van het zilver uit de mijnen, munten geslagen voor het hele Spaanse rijk. Het gebouw is enorm en het museum is heel beeldend ingericht waardoor we een goed inzicht kregen in dit, ook al, niet echt arbeidsvriendelijke proces. 's Avonds hebben we lekker gegeten en een beetje uitgerust. We mogen wel stellen dat Potosi absoluut indruk op ons heeft gemaakt. 

De volgende dag zijn we met de bus naar de hoofdstad van Bolivia, Sucre, gegaan. Een tochtje van zo'n drie uur over een goed geasfalteerde weg, dat is inmiddels peanuts voor ons. Nadat we onze backpacks bij het hostel hadden gedropt zijn we gaan lunchen in een Nederlands restaurant! Johan Cruijff hangt er groot aan de muur en wij hebben bitterballen gegeten, lekker waren ze overigens niet maar wel leuk om voor heel even terug te zijn in eigen land. Daarna Casa de la Libertad bezocht, hier werd op 6 augustus 1825 de onafhankelijkheid van Bolivia uitgeroepen. Mooi om te zien hoe veel waarde de Bolivianen aan deze plek hechten en dat de mensen die hiervoor verantwoordelijk waren nog steeds op handen worden gedragen. 

Zondag hebben we, net als vele Bolivianen, een rustdag ingelast. We hebben veel gedaan en gereisd de afgelopen week en waren best een beetje moe. Sucre is een prachtige, witte stad. Het is een prettige plek om te zijn, het voelt een beetje aan als een Zuid-Europese hoofdstad, qua sfeer en temperatuur. Voor het eerst in weken konden we weer eens een korte broek aan. In het Parque Bolivar hebben we lekker geluierd. 's Avonds tijdens het eten hebben we nog een glimp kunnen opvangen van de F1 overwinning van Max Verstappen, dat is ook hier heel groot nieuws, leuk!

Na ons rustdagje was het vandaag weer tijd voor actie. Vanochtend vroeg startte onze tour naar de krater van Maragua, een paar uur van Sucre vandaan. Samen met onze gids, die overigens alleen Spaans sprak, hebben we eerst twee uur over een oud Inca pad gelopen. Daarna het dorpje bezocht wat in de krater ligt en mooie foto's gemaakt. 

Morgen gaan we vliegen naar Santa Cruz. We konden kiezen tussen 40 minuten vliegen of 13 uur schommelen in de bus over een onverharde, gevaarlijke weg. Voor ons een makkelijke keuze. Jullie horen van ons.

Adios,

Harm en Mandy

Salar de Uyuni

Hola a todos,

Zaterdag hebben we eerst onze was weggebracht, ook dat hoort bij het leven van twee backpackers. Daarna zijn we tours over de zoutvlakte gaan "shoppen", er zijn hier zoveel touristenbureaus die tours aanbieden dat het loont om even goed rond te kijken. Uiteindelijk maakten we een keuze en boekten we voor de volgende dag. Daarna nog even met onze moeders gebeld, ook in Bolivia wordt moederdag uiteraard niet vergeten. 's Avonds begon Mandy zich steeds slechter te voelen, ze had last van haar buik. Gezien de gemiddelde staat van een Boliviaanse keuken is dat niet verwonderlijk. Tot overmaat van ramp kregen we onze was 's avonds ook nog nat terug, daar gingen we natuurlijk niet mee akkoord. De volgende ochtend om 7u stond de meneer van de was weer voor de deur, gelukkig deed zijn droger het toen wel. Wij waren toen al even wakker want Mandy voelde zich nog altijd beroerd. We besloten dat het geen goed idee was om vandaag onze trip over de zoutvlakte te starten. Harm ging daarom naar de tour operator om de tour te verplaatsen. Dat ging niet zonder slag of stoot maar na ruim twee uur bakkeleien in een combinatie van Engels en gebrekkig Spaans was het geregeld, we mochten een dag later vertrekken. Daarna snel terug naar Mandy maar dat liep even anders. Hoewel Uyuni klein is en hier werkelijk niets te beleven valt, presteerde Harm het om hier te verdwalen. Na een klein half uur spoorzoeken door Uyuni besloot Harm om in een taxi te springen en na welgeteld twee minuten stond hij weer voor de deur van het hostel. Daarna belden tante Lien en ome Gerard even over WhatsApp, gezellig! Mandy heeft de rest van de dag rustig aan gedaan en gelukkig ging het de volgende ochtend iets beter, onze tour kon beginnen. Samen met twee Britten, een Duitse, twee stokoude Brazilianen en gids Alix gingen we op pad.

Salar de Uyuni vormt de grootste zoutvlakte ter wereld met een oppervlakte die vergelijkbaar is met drie keer Noord-Brabant. Nog voor het bestaan van het Andes gebergte bestond dit gebied uit een immense zee dat door de jaren heen langzaam is opgedroogd. Het resultaat is een eindeloze witte, zoute vlakte. Het geheel oogt surrealistisch, zeker op de momenten dat je, zover als je kijkt, alleen maar wit ziet, bijzonder! Na uren rijden over de Salar kwamen we aan bij onze eerste overnachtsplek. Een soort stenen hut waar het 's nachts letterlijk steenkoud werd. Het bleek echter een opwarmertje voor de volgende nacht. 

De tweede dag van onze tour begon vroeg. Snel uit bed en ontbijten en dan om 7u op pad, dachten we. Totdat Alix met het nieuws kwam dat de accu van de auto kapot was. Er zou, binnen een uur, een nieuwe auto komen. Een uur in Boliviaanse begrippen is ongeveer anderhalf uur naar onze maatstaven, dat wisten we inmiddels wel. Om een lang verhaal kort te maken duurde dit Boliviaanse uurtje 4,5 uur. Uiteindelijk was Orlando onze reddende engel, hij bracht een rijdende jeep en werd onze nieuwe gids. Eindelijk konden we vertrekken! Het zou letterlijk een race tegen de klok worden, er stond veel op het programma en hiervoor moest ver gereden worden. We hadden slechts een paar uur de tijd, want het is hier al om 18.30 donker. Orlando nam deze race wel erg letterlijk en scheurde zo hard dat een van de Brazilianen er een bloedneus aan over hield. Niet echt prettig, maar we reden in ieder geval weer en we hebben alles gezien wat er voor die dag op de planning stond. Zo zagen we onder andere Laguna Colorada, een meer dat bestaat uit alle kleuren van de regenboog, een plek die vaak voorkomt in lijstjes van de mooiste plekken ter wereld. Eerlijk is eerlijk, dat zagen wij er niet helemaal aan af omdat het weer wat tegenzat. Net voor zonsondergang kwamen we aan bij ons onderkomen voor de nacht. Wat was het er koud! Zelfs met zeven lagen kleren, twee broeken, een sjaal, een muts, drie dekens en een slaapzak hadden we het nog ijskoud. Niet zo gek aangezien het hier 's nachts met gemak 10 tot 15 graden vriest en een vorm van verwarming hier nog niet beschikbaar is. We waren dan ook blij dat de nacht voor ons eindigde om 5u.

Vlak voor zonsopgang kwamen we aan bij de geisers, ze deden al flink hun best en enthousiast sprongen we uit de auto. Ineens stonden we tot onze enkels in de sneeuw, dat was gek, leuk en berekoud tegelijkertijd. Vervolgens doorgereden naar Laguna Verde en in de verte vulkaan Licancabur gezien, ook weer een prachtige plek maar door de dikke bewolking en de vele sneeuw kwam ook met name het groen gekleurde meer niet helemaal uit de verf. Met het bezoeken van deze plek hebben we overigens ook het "dak" van onze reis bereikt, op een hoogte van ruim 5300 meter, best hoog voor twee backpackers uit de Lage Landen. 

Daarna begon onze terugtocht naar Uyuni. Hoewel de absolute afstanden hier niet zo groot zijn, zijn in dit gebied de wegen slecht onderhouden en niet geasfalteerd. De rit naar Uyuni duurde dan ook zo'n zeven uur. Eerst een hele tijd door de sneeuw en vervolgens over stukjes death-road light, af en toe was het billenknijpen. Uiteindelijk kwamen we veilig aan in Uyuni. Samen met onze groepleden hebhen we nog een hartig woordje gesproken met de eigenaar van de tour agency. Uiteindelijk hebben we een kleine vergoeding gekregen waarvan we met z'n allen een lekkere pizza konden gaan eten, gezellig. Daarnaast vernamen we ook nog dat de familie Burgers is uitgebreid met twee kereltjes, wat een geweldig nieuws!

Zojuist zijn we na een busreis van vier uur veilig aangekomen in Potosi, de hoogst gelegen stad ter wereld. Meer daarover in ons volgende blog.

Adios,

Harm en Mandy

La Paz

Hola!

Zondagochtend werden we vroeg wakker. De feestgangers van de avond ervoor hadden energie voor het hele Boliviaanse volk, zij hadden de hele nacht gefeest en 's morgens om 6u lieten meerdere fanfares alweer van zich horen. Na het ontbijt zijn wij dan ook nog maar even gaan kijken, ondanks dat we vroeg wakker waren bleef het geweldig om al die feestende Bolivianen te zien, wat een sfeer!

's Middags zijn we in de bus naar La Paz gestapt. Een tocht van normaal gesproken zo'n drie uur maar dat werden er wat meer. Om van Copacabana naar La Paz te rijden moet het Titicacameer worden overgestoken, dat gebeurt hier gewoon met een soort vlot waar zowel bus als passagiers op gaan en wat erg lang duurt. Daarna via een weg met een ontelbaar aantal hobbels en gaten naar La Paz. We schommelden van links naar rechts aan een stuk door, er leek geen einde aan te komen. 

Dan even een lesje geografie. In tegenstelling tot wat bijna de hele wereld denkt is La Paz niet de hoofdstad van Bolivia. De regering zetelt hier maar de officiële hoofdstad van Bolivia is Sucre. Daarnaast bestaat dit stedelijk gebied uit twee steden namelijk La Paz en El Alto. De steden liggen tegen elkaar aan en hebben beiden (officieel) een miljoen inwoners maar in werkelijkheid zijn dat er ongeveer drie keer zo veel. Het is bijzonder om eerst door het immens drukke en hoger gelegen El Alto te rijden (4000m) en toen we daar eenmaal doorheen waren direct de volgende, lager gelegen miljoenenstad La Paz (3100m) te zien liggen en in te rijden. Twee zulke grote steden zo dicht bij elkaar en dus ook zo veel mensen op relatief gezien zo weinig vierkante meters, hoe dat eruit ziet is eigenlijk met geen pen te beschrijven. 

De volgende dag zijn we La Paz gaan ontdekken. Ons viel vooral op dat alles dicht was en dat er weinig mensen op straat waren. Na een flinke wandeling door de stad en het stadspark kwamen we er 's avonds tijdens het eten achter dat de dag van de arbeid hier een dag verlaat was omdat 1 mei op zondag viel. Heel La Paz bleek dus vrij te zijn waardoor de stad op ons in eerste instantie een beetje een saaie indruk maakte.

Dinsdag stond er daarentegen een bijzonder tripje op het programma. Voordat we naar La Paz gingen hadden wij bedacht dat we graag een bezoekje wilden brengen aan de Yatiris markt. Een markt waar Yatiris (Sjamanen) huisjes hebben waar ze ziekten genezen, onheil bestrijden, geluk afdwingen via offergaven of de toekomst voorspellen via het "lezen" van coca bladeren. Dat wilden wij weleens meemaken. Lastig aan een bezoek is dat in reisgidsen wordt benadrukt dat je hier als toerist niet zonder gids naartoe moet gaan. Er komen hier zelden toeristen en de Yatiris houden niet van pottenkijkers. Toeristenbureaus bieden ook geen excursies naar deze plek aan dus de grote vraag was waar wij een gids vandaan konden toveren? We besloten onze vraag eens voor te leggen aan de receptionist van ons super goedkope hotel en nadat hij ons eerst aankeek alsof we hem zojuist gevraagd hadden op zijn hoofd te gaan staan een rondje te draaien leek hij onze vraag wel leuk te vinden. Hij kwam er zelf regelmatig en kende wel iemand die bereid was om met ons mee te gaan. Er werd een telefoontje gepleegd en prompt stond de vrolijke serveerster van het restaurant waar we hadden gegeten op onze eerste avond in La Paz voor onze neus. De meneer van het hotel bleek ook haar leraar te zijn en zij zag het, als student Engels, wel zitten om met twee toeristen op pad te gaan. 

Zo gezegd zo gedaan, dinsdagochtend troffen we elkaar bij het restaurant en gingen we naar de markt. Onze gids voor een paar uur bleek Jenny te heten en 19 jaar oud te zijn. Ze vertelde ons van alles over La Paz en haar leven in deze "harde" stad. Jenny werkt zeven dagen per week en studeert daarnaast dus ook nog. Bovendien staat La Paz niet bekend als extreem veilig en dat heeft Jenny aan den lijve ondervonden. Wij waren best onder de indruk en dan moest onze Yatiris ervaring nog beginnen. Samen met Jenny namen we de Teleferico naar El Alto. Dat is een hypermoderne kabelbaan, die eruit ziet als een skilift, die La Paz en El Alto met elkaar verbindt. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de stad en konden we nogmaals zien hoe bizar groot deze steden zijn. Op de markt aangekomen zagen we een heleboel kleine huisjes naast elkaar staan. We klopten aan bij een huisje waar een oude man zat. Een voodoo-achtige ervaring deed zich voor voor waarbij onze levende glazen bol met behulp van het gooien van cocabladeren allerlei voorspellingen deed over onze gezondheid, werk, reis en de toekomst die allemaal min of meer vielen in de categorie "het kan vriezen, het kan dooien..." Jenny vertaalde alles netjes waardoor we nu in ieder geval te weten zijn gekomen dat we gezond blijven zo lang we samen zijn. Een vreemde ervaring was het, te meer omdat Jenny, en met haar het overgrote deel van het Boliviaanse volk, heilig overtuigd lijkt te zijn van de voorspellingen van de wonderdokters. Dat kunnen wij ons als nuchtere Hollanders toch maar moeilijk voorstellen. 

's Middags hebben we tijdens de lunch alles even laten bezinken en hebben we twee musea bezocht, eentje over Boliviaanse muziekinstrumenten en een andere over cocabladeren en de daaraan verwante cocaïne-industrie.

Bolivia heeft veel dingen in de categorie "de hoogste..." maar heeft er ook een in de categorie "de gevaarlijkste...". Op een uur rijden van La Paz ligt namelijk de gevaarlijkste weg ter wereld, ook wel bekend onder naam "death road", de naam spreekt voor zich. Tot een aantal jaren geleden reed er nog verkeer maar dat is inmiddels verboden, fietsen mag nog wel en dat hebben wij woensdag gedaan. Even voor jullie beeld: De weg is ongeveer zo breed als een auto, verschrikkelijk stijl en het "wegdek" bestaat uit zand, rotsblokken van alle soorten en maten en diepe sleuven. Tel daarbij op een ravijn zo diep dat je niet kunt zien hoe diep het eigenlijk is (en het ook niet wil weten) en dat alles uiteraard zonder vangrail of afscheiding anderszins. Dat is dus de "death road". Samen met vier andere waaghalzen en een gids werden we naar een hoogte van 4700 meter gebracht en begon onze tocht naar een hoogte van 1800 meter, flink dalen dus. Al met al een te gekke ervaring die we mooi van onze bucketlist kunnen afstrepen. Mandy vroeg zich aan het begin wel even af waar ze aan begonnen was maar ging daarna heel goed naar beneden, totdat ze zo'n twintig minuten voordat de tocht erop zat plotseling flink in haar remmen moest knijpen en gelanceerd werd. Ze maakte een flinke smak die zomaar vervelend had kunnen aflopen. Gelukkig is ze er met een paar schrammen en een pijnlijke knie heel goed vanaf gekomen. Als herinnering aan dit bijzondere tochtje zijn wij nu de trotse bezitters van twee officiële "death road" t-shirts, heel leuk.

Donderdag zijn we met de bus naar Oruro vertrokken. In deze stad is zo weinig te beleven dat je goed moet zoeken naar een fatsoenlijke eetgelegenheid. Het enige wat Oruro te bieden heeft is dat vanuit deze plaats de trein naar Uyuni vertrekt, een prachtige treinreis over de Altiplano, die wilden wij natuurlijk niet missen. Na een treinreis van zo'n zeven uur zijn we vandaag in Uyuni aangekomen. Morgen gaan wij een tour over de beroemde zoutvlakten van Bolivia boeken, dat wordt ongetwijfeld een van de hoogtepunten van onze reis. Na deze tour horen jullie weer van ons. Geniet allemaal van het mooie weer in Nederland!!!

Adios, 

Harm en Mandy